Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Joods Verzet


In het Holocaustonderwijs kan het overzichtelijk zijn voor leerlingen om een indeling te hanteren, die vier verschillende posities in de oorlog beschrijft:

Daders, Slachtoffers, Omstanders en Redders.

Deze indeling lijkt duidelijk en begrijpelijk; in grote lijnen zijn

´de Duitsers de daders, de Joden de slachtoffers,
de Gewone Nederlanders de omstanders en de Hollandse helden de Redders´.

Echter, een betere blik toont dat deze indeling niet toereikend is om alle mogelijke persoonlijke situaties tijdens de Tweede Wereldoorlog te beschrijven.
Zo was er ook Joods Verzet, verzet dat is gepleegd door Joden. Uiteraard gebeurde dit veelal in samenwerking met niet-Joden. Het is belangrijk om mogelijke dominante clichébeelden over Joodse slachtoffers, die zich niet zouden hebben verzet, weg te nemen.

Verhalen van Joods Verzet

Tijdens de Holocaust hebben Joden zich zowel georganiseerd als onvoorbereid, in groepen of individueel, verzet tegen de nazi’s en hun handlangers. Zo werd in getto’s en kampen verzet gepleegd in verschillende vormen, zoals gewapende opstanden en het smokkelen van voedsel, kleding en medicijnen. In Frankrijk bestond een groot netwerk van de Joodse ondergrondse die duizenden Joden heeft gered, in Oost-Europa hebben Joodse Partizanen Joden gered die vluchtten uit de getto’s, en in Nederland werd onder andere Joods verzet gepleegd in en rondom de Hollandsche Schouwburg en de tegenovergelegen crèche. Hier speelde de Joodse Raadmedewerker Walter Süskind een belangrijke rol. (zie http://www.hollandscheschouwburg.nl/)
Hieronder volgt een beknopt overzicht van het Franse Joodse verzet, dat niet alleen Franse, maar ook Belgische en Nederlandse Joden heeft gered. Vervolgens wordt op basis van het verzet van de Joodse Partizanen uitgelegd wat de bijzondere motivatie achter Joods Verzet is.

de Joodse ondergrondse in Frankrijk

In Frankrijk bestond een grootschalige, collectief georganiseerde, Joodse ondergrondse beweging die ten doel had Joden te redden uit handen van de Duitsers en de Franse collaborateurs. Binnen een korte periode na het uitbreken van de oorlog voelden veel Franse Joden een groot gevaar als resultaat van snelle maatschappelijke ontwikkelingen in dit gebied.

De situatie in Frankrijk

De Joodse ondergrondse in FrankrijkDe Joodse ondergrondse in Frankrijk

In Frankrijk was de politieke situatie tijdens de Tweede Wereldoorlog anders dan in bezet Nederland. Frankrijk was in tweeën gedeeld: er was een door Duitsland bezet gebied in noord- en noordwest Frankrijk, en een vrij gebied waar de Fransen zelf heersten, onder Duits toezicht. Dit gebied werd Vichy Frankrijk genoemd en werd door maarschalk Pétain geregeerd. In het bezette noordelijke deel van Frankrijk werden spoedig anti-Joodse maatregelen ingevoerd door de Duitsers. Vichy Frankrijk leek korte tijd veilig voor Joden, maar al spoedig bleek dat de Vichy-Fransen ook anti-Joodse maatregelen invoerden. De Fransen in Vichy Frankrijk hanteerden een eigen organisatorisch systeem met het doel alle Europese Joden uit te roeien. Het was de Franse politie die de jacht op Joden uitvoerde.
Aan het begin van de oorlog woonden 350.000 Joden in Frankrijk, waarvan de helft geen Frans staatsburger was. Zij waren na de Eerste Wereldoorlog naar Frankrijk gekomen vanuit Duitsland en andere Oost-Europese landen. Bij aanvang van de Duitse bezetting van Frankrijk was deze groep Joden statenloos geworden. In de ogen van de Franse Joden waren zij geen onafscheidelijk onderdeel van het Franse Jodendom. De statenloosheid van deze groep Joden en het gebrek aan aansluiting met de Frans Joodse gemeenschap maakten hen kwetsbaar. Duizenden van hen werden door de Vichy-regering naar dwangarbeiderskampen gestuurd of gevangen genomen.
Op bevel van de Duitsers werd in 1941 voor heel Frankrijk, zowel het door Duitsland bezette gebied als Vichy-Frankrijk, de Frans Joodse Raad opgericht, de ´Union Générale des Israélites de France´ (UGIF). Als reactie hierop splitsten de besturen van Joodse instelingen zich in twee groepen: de aan- en tegenhangers van de UGIF.

Joodse Verzetgroepen in Frankrijk

Als reactie op de Duitse bezetting en het naderende gevaar organiseerden Franse Joden zich in verschillende ondergrondse groeperingen die wederzijdse hulp, weerstand en redding boden. Driekwart van de Franse Joden is gered, terwijl dit percentage van de Nederlandse Joden juist is vermoord (76% van de Nederlandse Joden is vermoord). Enkele Joodse verenigingen werden officieel toegestaan. Naast deze verenigingen organiseerden Franse Joden zich ook in ondergrondse verenigingen die ten doel hadden lotgenoten hulp te verlenen en te redden. De volgende verenigingen speelden een belangrijke rol in het Franse Joodse verzet:

  • De Joodse padvindersvereniging, opgericht in 1923, besloot na de instelling van de UGIF zowel legaal als ondergronds actie te ondernemen. Hoofdzakelijk bestonden de verzetsactiviteiten van deze organisatie uit het vervalsen van persoonsbewijzen, het regelen van onderduikplaatsen en het bepalen van vluchtroutes naar Zwitserland en Spanje. Een groot deel van de Joden in Frankrijk was oorspronkelijk niet afkomstig uit Frankrijk, zij spraken de taal daarom niet. Deze groep Joden liep een groter gevaar ontdekt te worden. Een voorbeeld van een reddingsactie is het verhaal van een uit Polen afkomstige rabbijn in Frankrijk, die samen met zijn vrouw en hun zeven kinderen is gered door Josue Lifschitz, lid van de Joodse padvindersvereniging. Om de ware identiteit van de rabbijn en zijn gezin te verbergen, knipte Josue de krullen van de rabbijn af en verwisselde hij de traditionele hoed voor een Franse baret. Josue droeg de rabbijn op te doen of hij doofstom was, zodat zijn Poolse accent hem niet zou verraden. Op deze manier zijn de rabbijn en zijn gezin gered.
  • De zionistische jeugdbeweging MJS (Mouvement de la Jeunesse Sioniste) werd in december 1941 in Vichy-Frankrijk opgericht door een lid van de Joodse padvindersbeweging, Simon Levitte, met als doel ondergrondse activiteiten uit te voeren die Joden zouden redden. Het basisprincipe van de organisatie was, dat de leden Hebreeuws leerden en lessen kregen over de Bijbel en de Joodse geschiedenis. Hiernaast kregen zij ook een militaire vooropleiding. Een nauwkeurige organisatie, een slimme werkwijze en een onbegrensde inzet van de leden en vrijwilligers zorgden voor grootschalig verzet. Werkplaatsen op verschillende lokaties hebben gezorgd voor duizenden valse persoonsbewijzen en andere benodigde documenten. Veel activisten hebben geholpen Joden naar verschillende onderduikadressen te brengen, of te begeleiden op hun vluchtroute. Duizenden Joden zijn op deze manier gered.
  • Joodse leden van de Franse ondergrondse, 1942Joodse leden van de Franse ondergrondse, 1942

    Het ‘Joodse Leger’ (Armée Juive) voerde als ondergrondse organisatie voornamelijk militaire acties uit. De basis voor deze vereniging werd reeds in juni 1940 gelegd. Leden van het Joodse Leger zwoeren trouw op de Bijbel, terwijl ze een blauw-witte zionistische vlag vasthielden. De grondbeginselen van de algemene Franse Verzetsbeweging werden overgenomen: een netwerk voor het verzet werd opgebouwd, zij hielpen de Geallieerden nazi-Duitsland te verslaan en zij voerden alle opdrachten die zij van de Geallieerden ontvingen uit. Het Joodse Leger specialiseerde zich in sabotage. Zo werd bijvoorbeeld het archief van Lyon vernietigd.
Behoud van Joods leven

Familiekampen

De focus van Joods verzet lag op het redden en behouden van Joods leven. Een voorbeeld van dit type verzet, zijn de ‘familiekampen’, opgezet door de Joodse Partizanen in Oost-Europa. In de familiekampen leefden Joodse strijders en burgers naast elkaar, onder wie vrouwen, kinderen en ouderen. De strijders beschermden de burgers, verstopt in de bossen. De motivatie van Joodse Partizanen verschilde van de motivatie van niet-Joodse Partizanen. De prioriteit van Joden lag bij het redden van Joden, voor niet-Joodse Partizanen lag de focus op het saboteren van Duitse installaties, zoals treinen, militaire konvooien, wapenopslagplaatsen en dergelijke. Veel Joden zijn in de familiekampen gered door Joodse Partizanen, Joods leven werd zo behouden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het concept van behoud van Joods leven ook door rabbijnen in religieuze kringen verder uitgewerkt.

Kiddoesj haChaim

In het Jodendom bestaat al eeuwenlang een concept van martelaarschap, Kiddoesj haSjem, ‘heiliging van de naam van God’. De ultieme vorm van Kiddoesj haSjem wordt bereikt wanneer een Jood zijn leven geeft, wanneer hij voor de keuze wordt gesteld:
één van de drie belangrijkste wetten (verboden) van God overtreden, of zijn leven geven.
De drie wetten verbieden afgoderij, moord en het verrichten van bepaalde verboden seksuele handelingen (incest, overspel).
Joden die de dood verkiezen boven de (gedwongen) overtreding van deze wetten, worden Kedosjim, ‘heiligen’. De Joodse geschiedenis wordt gekenmerkt door veel vervolgingen en pogroms, waar veel Joden Kedosjim zijn geworden. Zij verkozen de dood boven het gedwongen aanbidden van andere goden of het gedwongen moorden van een ander.
De nazi’s hadden niet tot doel de Joden andere goden te laten aanbidden, zij wilden het gehele Joodse volk uitroeien. Als dit doel zou worden bereikt, zouden er uberhaüpt geen Joden meer bestaan om het concept van Kiddoesj haSjem uit te voeren. Om de totale vernietiging van het Joodse volk te voorkomen, introduceerden de rabbijnen het begrip Kiddoesj haChaim, ‘heiliging van het leven’.
‘Heiliging van de naam van God’ wordt binnen dit concept niet bereikt door het leven te geven, maar wordt juist bereikt door in leven te blijven, een vorm van verzet tegen de nazi’s.