Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Concentratiekampen (in het Duits, Konzentrationslager)

Kampen waarin de nazi’s hun tegenstanders zonder proces gevangen hielden. Ofschoon de uitdrukking concentratiekamp vaak wordt gebruikt voor alle soort kampen van de nazi’s, bestonden er in feite verschillende soorten kampen in het nazi-systeem, waarvan het concentratiekamp er slechts een was. Andere soorten kampen waren werkkampen, dwangarbeiderskampen, vernietigingskampen, doorgangskampen en krijgsgevangenkampen. In de loop van de tijd vervaagde het onderscheid tussen concentratiekampen en werkkampen, want ook in de concentratiekampen moest worden gewerkt. Het netwerk van concentratiekampen kreeg een belangrijke rol in het nazi-regime en ontwikkelde zich in de loop van de tijd.
Chronologisch kan het gebruik van de concentratiekampen in drie perioden worden verdeeld, van 1933 tot 1936; 1936 tot 1942; en 1942 tot 1944-1945. De eerste periode komt overeen met de opkomst en consolidatie van de nazi’s. In deze tijd werden de concentratiekampen opgericht om politieke tegenstanders van de NSDAP vast te houden. Spoedig nadat Hitler in januari 1933 aan de macht was gekomen, begonnen de nazis met het arresteren en opsluiten van politieke tegenstanders. Eind juli waren er ongeveer 27.000 mensen zoals de nazi’s het uitdrukten ‘voor hun eigen veiligheid’ in hechtenis genomen. Alleen al in Pruisen waren er twintig kampen voor deze gevangenen. Begin herfst 1933 begonnen de nazi’s met het arresteren van andere mensen, bijvoorbeeld mensen die de nazi’s beschouwden als asociale elementen, zoals bedelaars, zwervers en onverbeterlijke criminelen.
In juli 1934 benoemde het hoofd van de SS, Heinricht Himmler, Theodor Eicke (die toen commandant was in het concentratiekamp Dachau) tot Inspecteur van de Concentratiekampen en de SS Bewakingsdiensten. Deze bewakingsdiensten, die bekend raakten als doodshoofd-troepen, deden het nietsontziende bewakingswerk in de concentratiekampen. In zijn nieuwe functie had Eicke de leiding over de dagelijkse gang van zaken in de kampen en over de bestraffingen. In deze fase was het hoofddoel van het kampsysteem het verzet tegen het nazi-regime te breken.
In de tweede periode (1936-1942) werden bijna alle concentratiekampen die in de eerste periode waren opgezet, behalve Dachau, gesloten en werden nieuwe, grotere kampen gebouwd, waarin een toenemend aantal gevangenen kon worden ondergebracht. Dit waren onder andere Sachsenhausen, Buchenwald, Mauthausen, Flossenburg, Ravensbrück, Auschwitz, Majdanek, Natzweiler, Neuengamme en Stutthof. In deze periode waarin halverwege de Tweede Wereldoorlog uitbrak, vestigden de nazi’s ook werkkampen, dwangarbeiderskampen en heropvoedingskampen. Van 1937 lieten veel bedrijven Duitse Joden, daarna Oostenrijkse Joden en vervolgens Joden uit het hele door de nazi’s bezette gebied, voor zich werken en brachten hen onder in kampen of op kampen lijkende locaties. Vanaf 1938 werden Joden in de kampen gevangengezet alleen omdat ze Joden waren, vooral na de Kristallnacht, toen 36.000 mensen werden gearresteerd. In deze periode nam het aantal gevangenen dat in concentratiekampen werd vastgehouden gestadig toe. Aan het begin van de oorlog waren er zo’n 25.000 gevangenen in de kampen; eind 1941 waren dat er 60.000. Dat aantal nam nog toe na de inval van Duitsland in de Sovjet-Unie in juni 1941; tienduizenden sovjetgevangenen werden ingesloten in de kampen van de nazi’s. Velen werden spoedig na aankomst vermoord.
Eind 1941 en begin 1942, toen de nazi’s besloten hadden tot een vernietigingsbeleid betreffende de Europese Joden, zetten zij vernietigingskampen op in Chelmno, Treblinka, Sobibor en Belzec. Majdanek en Auschwitz, oorspronkelijk opgezet als concentratiekampen, werden uitgebreid en dienden ook als vernietigingskampen. Birkenau of Auschwitz II was het vernietigingscentrum en de rest van Auschwitz en de subkampen deden dienst als dwangarbeiderskampen. In Majdanek maakten de gevangenen die niet onmiddelijk werden vermoord, deel uit van de bevolking van het concentratiekamp.
In de derde periode, te beginnen in februari 1942, werden de gevangenen in de concentratiekampen officieel ingeschakeld voor dwangarbeid in de Duitse wapenindustrie, waar wapens werden gemaakt en andere noodzakelijke producten voor de Duitse oorlogseconomie. Daarvoor werd dwangarbeid vaak gebruikt als strafmaatregel. Op dit tijdstip vestigde de SS een speciaal Economisch- Administratief Hoofdbureau (Wirtschaftsverwaltungshauptamt, WVHA) om toezicht te houden op het gebruik van kampgevangenen als mankracht voor zowel ondernemingen van de regering als voor privé-bedrijven. De WVHA bouwde zelfs vele subkampen in de buurt van fabrieken om de gevangenen-arbeiders in onder te brengen.
De levensomstandigheden in de concentratiekampen van de nazi’s verschilden van periode tot periode en van kamp tot kamp. Van 1933 tot 1936 waren werk, voedsel en behuizing draaglijk en de meeste gevangenen werden niet langer dan ongeveer een jaar vastgehouden. In de tweede periode en het begin van de derde periode stierven vele gevangenen aan de gevolgen van mishandeling, slechte werkomstandigheden, ondervoeding, ondervoeding en overbevolking. In 1943 vebeterden de levensomstandigheden enigszins omdat de nazi’s de gevangenen op een productieve wijze wilden inschakelen voor het werk in de wapenindustrie.
De gevangenen hadden niets te vertellen; de SS vertelde hun precies wat ze gedurende de dag moesten doen. Als een gevangene geen gehoor gaf aan een bevel, werd hij hard gestraft, hij werd bijvoorbeeld geslagen met een zweep, kreeg eenzame opsluiting, kreeg geen eten, enzovoorts.
De gevangenen werden ingedeeld naar het land waar ze vandaan kwamen en naar de reden van hun opsluiting. Sommige gevangenen kregen toezichthoudend of administratief werk, als kamer -, blok- of kampoudsten, of als kapo’s (voormannen). In het algemeen kregen de Duitse gevangenen de beste baantjes en genoten dus de meeste priviléges. In het Auschwitz-kampcomplex hadden de Poolse gevangenen deze hogere status, Joden en Russen bevonden zich helemaal onder aan de ladder. De Joden werden veel slechter behandeld dan alle andere gevangenen en nadat de oorlog was uitgebroken hadden Joodse gevangenen weinig kans om te overleven. In oktober 1942 beval de WVHA de Joden uit alle concentratiekampen uit het Rijk ter verwijderen. Zij werden gedeporteerd naar Auschwitz of Majdanek in Polen, waar de meesten werden vermoord.
In de herfst van 1944 werd duidelijk dat de Duitsers de oorlog zouden verliezen. De geallieerden kwamen van alle kanten opzetten. De nazi’s sloten geleidelijk alle concentratiekampen buiten het Rijk en stuurden hun gevangenen op ondraaglijke dodenmarsen naar kampen die nog in gebruik waren in Duitsland en Oostenrijk.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.