Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Belzec

Vernietigingskamp in het district Lublin in Zuidoost Polen, gelegen aan de spoorlijn. De nazi’s begonnen in november 1941 met de bouw van Belzec in verband met de Aktion Reinhard, het plan van de nazi’s om twee miljoen Joden in het Gouvernement-General te vernietigen. In totaal werden 600.000 mensen, meest Joden en enige honderden zigeuners, in Belzec vermoord.
Belzec werd eerst bestuurd door Christian Wirth. Hij werd geholpen door 20-30 Duitse SS-ers en 90-120 Oekraïense bewakers, die zich vrijwillig hadden gemeld en behoorden tot de krijgsgevangen uit Trawniki. Belzec was ruim zeven hectare groot en geheel omgeven door een omheining van prikkeldraad. Op elke hoek van het kamp stond een wachttoren. Het kamp was geheel gecamoufleerd, zodat van buitenaf niet kon worden gezien wat daarbinnen gebeurde. Belzec was in twee afdelingen verdeeld, in een ervan werden de Joden vermoord.
In februari 1942 werden de drie gaskamers van het kamp op verschillende groepen Joden getest. Op 17 maart opende Belzec officieel zijn poorten als vernietigingscentrum. In de eerste paar weken van het bestaan werden er 80.000 Joden vermoord, meer dan de helft kwam uit Lublin en Lvov. De operaties werden half april stilgezet, maar half mei kwamen er weer nieuwe transporten van duizenden Joden uit Krakow en het district Krakow binnen.
De Joden werden vervoerd in goederentreinen en reisden uren of zelfs dagen onder ondraaglijke omstandigheden. Velen stierven onderweg. Elke trein betsond uit 40-60 wagons. Bij aankomst in Belzec werden 20 wagons met meer dan 2.000 Joden ontkoppeld en het kamp ingetrokken . De Joden werden dan uit de wagons gehaald en kregen te horen dat zij in een doorgangskampskamp waren gearriveerd, zodat zij moesten worden gedesinfecteerd en gedoucht. Ze moesten al hun waardevolle voorwerpen afgeven. Mannen en vrouwen werden gescheiden en allen moesten zich uitkleden. Vervolgens werden ze in looppas naar de gaskamers gejaagd door schreeuwende Duitsers en Oekraïners, die hen ook nog sloegen. Vervolgesn werden zij vergast. In het begin duurde dit proces drie of vier uur, maar naarmate de Duitsers meer ervaring kregen, werd dat bekort tot 60-90 minuten.
De Duitsers waren echter nog steeds niet tevreden. Half juni zetten zij de transporten stil, zodat ze de gaskamers groter konden maken in een poging nog efficiënter te kunnen doden. De transporten kwamen in juli 1942 weer binnen en bleven regelmatig komen tot december, toen deze weer werden stilgezet omdat de meeste Joden in het Governement-General al waren gedood. In deze vijf maanden waren er 130.000 Joden uit het district Krakow binnengekomen, 225.000 uit het gebied Lvov en vele anderen uit de districten Lublin en Radom.
Niet alle Joden werden direct na aankomst gedood: in de eerste weken van het bestaan van het kamp werden enige sterke jonge mannen geselecteerd om dwangarbeid te verrichten. Naarmate de tijd verstreek werden 700-1.000 mensen voor langere perioden in leven gehouden, zodat ze konden werken. Eėn groep werkte bij de treinen: ze maakten de wagons schoon, hielpen mensen uitstappen die dat niet zelfstandig meer konden en verwijderden de lijken van de Joden die de reis niet hadden overleefd. Een andere groep hield zich bezig met de bezittingen van de slachtoffers, door deze bruikbaar te maken voor de Duitsers. Hierbij werd zelfs het haar van de vrouwen bewerkt. Een andere groep van enige honderden Joden haalde de lijken uit de gaskamers en begroeven ze in kuilen. Een groep ‘tandartsen’ was verantwoordelijk voor het verwijderen van gouden tanden en kiezen uit de monden van de slachtoffers. Al deze arbeiders werden bijzonder slecht behandeld en van tijd tot tijd onderworpen aan selecties.
Tussen eind 1942 en voorjaar 1943 werden de massagraven opengelegd en de lijken verbrand in een poging de bewijzen van de massavernietiging te verbergen. Daarna werd het kamp gesloten en werden de laatste 600 gevangenen naar Sobibor getransporteerd. De plaats waar het kamp had gestaan werd veranderd in een boerderij en aan een Oekraïense bewaker gegeven.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.