Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Polen

Land in Oost-Europa. Op 1 september viel Duitsland Polen aan waarmee de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De geallieerden van Polen, Groot-Britannië en Frankrijk verklaarden Duitsland onmiddelijk de oorlog. Desondanks viel Polen binnen slechts enkele weken in Duitse handen. De hoofdstad Warschau capituleerde op 28 september.
Al snel werd een Poolse regering in ballingschap in Frankrijk geformeerd (toen Frankrijk midden 1940 verslagen werd door het Duitse leger, verhuisde de regering in ballingschap naar Londen). Deze regering, in Polen vertegenwoordigd door de ondergrondse delegatura en de Poolse Nationale Raad, bleef zich tegen Duitsland verzetten tot aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.
Volgens de voorwaarden van het nazi-Sovjet Pact, dat in augustus 1939 werd getekend, verdeelden Duitsland en de Sovjet-Unie het pas veroverde Polen met graagte: Duitsland annexeerde een derde deel van West-Polen, een gebied waarin 600.000 Joden woonden; de Sovjet-Unie annexeerde een derde deel in het Oosten en voegde het bij Wit-Rusland en de Oekraïne, en voegde 1,2 miljoen Joden aan zijn bevolking toe; en het middelste derde deel werd onder toezicht gebracht van een Duits burgerlijk bestuur dat het Gouvernement-General werd genoemd. Ongeveer 1,5 miljoen Joden bevonden zich onder de jurisdictie van het Gouvernement-General.
De nazi’s hadden een bedoeling met de Polen: het moest Lebensraum (leefruimte) worden voor de Duitsers. Om dat te doen moesten ze eerst de Poolse maatschappij en de bevolking vernietigen. Dus kregen ongeveer twee miljoen Polen met Duits bloed speciale voorrechten, terwijl de rest van de bevolking wreed werd onderdrukt. Vele Polen moesten vetrekken om plaats te maken voor etnische Duitsers (Volksdeutsche) en leiders van het Poolse volk en verzetslieden werden gedood, vaak in nazi-kampen. Er was een wijdvertakte verzetsbeweging in Polen, die de vorm had aangenomen van een ondergrondse staat. Er werd vanuit Polen contact gehouden met de Poolse regering in ballingschap in Londen. De twee grootste verzetsorganisaties in Polen waren het Leger in het Land en de volksgarde.
Het meest bepalende aspect van de geschiedenis van de Poolse Joden onder de nazi’s is het instellen van de Endlösung (de oplossing). De geschiedenis moet overal gezien worden als twee afgebakende perioden – die van voor en die van na het begin van de moordpartijen. Direct nadat de Duitsers Polen bezet hadden, werden de Joden in het land onderworpen aan een tweemaandelijkse uitbarsting van willekeurige slachtpartijen. Nadat Duitsland en de Sovjets Polen in stukken hadden gehakt, vluchtten zo’n 300.000 Joden uit het door Duitsland beheerste gebied naar het door de Sovjets bezette gebied, en lieten bijna een miljoen Joden achter in het door de Duitsers bezette deel.
De eerste serie offciële anti-Joodse maatregelen in Polen werden op 21 september 1939 uitgevaardigd door het hoofd van de Gestapo Reinhard Heydrich: hij eiste dat de Joden die in het door het Rijk geannexeerde gebieden woonden, werden uitgewezen naar het Gouvernement-General; dat zij geconcentreerd werden in grote steden in de buurt van belangrijke spoorwegknooppunten; en dat er Judenräte werden ingesteld. In de late herfst bepaalde de gouverneur van het Gouvernement-Generaal, Hans Frank dat in zijn jurisdictie alle Joden ouder dan tien jaar een witte armband met een blauwe davidsster moesten dragen. In oktober vaardigde hij een verordening uit dat alle Joodse mannen van een bepaalde leeftijd naar dwangarbeiderskampen konden worden gestuurd. Bovendien namen de nazi’s Joodse zaken in beslag en hieven die op, met uitzondering van kleine winkels. De Joden mochten slechts een klein beetje geld houden, zodat het erg moeilijk werd handel te drijven. In januari 1940 werd het de Joden verboden zonder een speciale vergunning met de trein te reizen, en zij moesten hun bezittingen bij de overheid laten registreren. Vele Joden werden aangevallen, willekeurig opgejaagd, gedwongen zwaar werk te doen en beroofd.
In oktober werd het eerste Poolse getto opgericht in Piotrkow Trybunalski. Het eerste grote getto, in de stad Lodz, werd opgezet in februari 1940 en in mei 1940 compleet van de buitenwereld afgesloten. Er kwamen getto’s in Warschau in november 1940, in Lublin en Krakau in maart 1941 en in het district Zaglembie nog in 1942 en 1943 nadat de massavernietiging was begonnen.
In sommige getto’s konden de Joden nog buiten de grenzen ervan komen, zodat ze voedsel en voorraden naar binnen konden smokkelen. Andere getto’s waren hermetisch afgesloten, zodat er niemand in of uit kon – waardoor de Joden blootgesteld waren aan uithongering en epidemieën. De Joden in alle getto’s waren echter vastbesloten te overleven. De Judenräte en Joodse gemeenschapsorganisaties deden hun uiterste best voedsel en medicijnen te krijgen en te verdelen onder de bevolking van het getto, te voorzien in een soort onderwijssysteem voor de kinderen en culturele activiteiten voor iedereen Zegota (de Poolse Raad voor Hulp aan de Joden), de Joodse Zelfhulp Organisatie, de jeugdbewegingen en de politieke ondergrondse deden allemaal hun best hun mede Joden te laten overleven, zowel fysiek als emotioneel.
In juni 1941 keerde Duitsland zich tegen zijn bondgenoot, de Sovjet-Unie, en begon een massale invasie. De Duitsers vestigden een nieuw territoriaal district, Bialystok, en gaven dat een status die overeenkwam met van de Poolse gebieden die eerder door het Rijk waren ingelijfd. Andere gebieden die Duitsland van de Sovjet-Unie had afgepakt kwamen onder het beheer van Reichkommisariat Ukraine en het Reichkommisariat Ostland. Duitse moordeskaders, Einsatzgruppen genaamd, begonnen onmiddelijk aan de massavernietiging van de Joden die in de pas veroverde gebieden woonden.
Enkele maanden nadat de slachting in de Sovjet-Unie was begonnen, lanceerden de Duitsers ook een campagne voor massamoord in Polen. Op 7 december 1941 werd het eerste van zes vernietigingskampen op Poolse bodem, Chelmno, opgezet. In de loop van de lente van 1942 onstonden nog drie andere vernietigingskampen – Sobibor, Belzec en Treblinka als onderdeel van Aktion Reinhard, het plan alle Joden in het Gouvernement-General te vernietigen. Bovendien werden de concentratiekampen Auschwitz en Majdanek uitgebreid om ook als vernietigingskamp te kunnen functioneren. De Joden die geïnterneerd waren in getto’s, werden toen naar deze kampen gestuurd, waar ze werden vermoord. De opheffing van de getto’s in het Gouvernement-General ging het hele jaar 1943 door en in de zomer was alleen het getto van Lodz overgebleven. De Duitsers doodden echter niet alle Joden meteen, want zij wilden de Joodse slavenarbeid uitbuiten voor de oorlogseconomie. Begin 1943 waren in het Gouvernement-General nog steeds zo’n 250.000 Joden aan het werk als slavenarbeiders. Maar het moorden ging door en aan het eind van 1944, toen het hoofd van de SS, Heinrich Himmler, het bevel gaf te stoppen met de moorden in Auschwitz, waren er nog slechts enige tienduizenden Joden overgebleven. Ongeveer negentig procent van de Poolse Joden, drie miljoen, werd vermoord door de nazi’s; ongeveer drie miljoen niet-Joodse Polen, soldaten en burgers verloren eveneens hun leven in de oorlog.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.