Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Antisemitisme

De haat jegens Joden als groep of jegens Joden als begrip. De term antisemitisme komt voor het eerst voor aan het eind van de jaren zeventig van de negentiende eeuw, en wordt sindsdien gebruikt voor alle soorten Jodenhaat, zowel historisch als in de moderne tijd. Het woord zelf is afgeleid van het feit dat het Hebreeuws tot de Semitische talenfamilie behoort en dat de Joden dus Semieten moeten zijn. Veel andere talen, zoals het Arabisch en het Ethiopisch, behoren eveneens tot de semitische talenfamilie, en via dezelfde redenering zouden andere volken dus ook Semieten kunnen worden genoemd. Er bestaat echter niet zoiets als semitisme en andere groepen zijn nooit het doelwit geweest van de haat en vooroordelen die worden aangeduid als antisemitisme. Het woord zelf is een goed voorbeeld van het feit dat Jodenhaters in de negentiende eeuw pretendeerden dat hun haat was gebaseerd op wetenschappelijke ideeën. Jodenhaat is geen modern fenomeen, maar vinden we al in de Oudheid. Traditioneel is antisemitisme gebaseerd op religieuze discriminatie van Joden door Christenen. De christelijke doctrine was doortrokken van de idee dat de Joden schuldig waren aan de dood van Jezus, en daarom dus moesten worden gestraft (dit staat bekend als de Mythe van de Deïcide, of de moord op God). Iets anders wat de Jodenhaat onder de Christenen aanwakkerde was de Vervangingsmythe, die claimde dat het Christendom het Judaïsme had vervangen, omdat de Joden hadden gefaald in hun rol als door God uitgekozen volk – en het dus verdienden te worden gestraft, zeker door de christelijke wereld. Door de eeuwen heen onstonden er diverse stereotypen van Joden. Individuele Joden werden niet beoordeeld op hun persoonlijke daden of merites, maar werden vaak in het algemeen gezien als inhalig, duivels, afstandelijk, lui, geldzuchtig en oversekst. Soms werden Joden er zelfs valselijk van beschuldigd dat zij het bloed van christelijke kinderen zouden gebruiken als onderdeel van hun paasritueel (bekend als de Bloedlaster). De negentiende eeuw bracht de wereld de Verlichting – een filosofische beweging die zijn ideëen baseerde op de rede in plaats van traditionele religieuze dogma’s – en die vergezeld ging van sociale, humanitaire en politieke vooruitgang. Het antisemitisme verdween echter niet tijdens de Verlichting, het veranderde alleen van vorm. In die tijd kregen Joden gelijke rechten in veel Europese landen, maar veel mensen gaven de uitdrukking aan hun Jodenhaat door zich af te vragen of Joden ooit werkelijk loyaal zouden kunnen zijn aan de opkomende nationale staten. Bovendien beschuldigden de mensen die tegen de modernisering en politieke veranderingen waren de Joden ervan achter de veranderingen te zitten.

In het jaar 1870 kwam bij het nieuwe politieke antisemitisme nog het raciale antisemitisme. Op basis van de Engelse natuurwetenschapper Charles Darwin – wiens bedoeling het nooit is geweest dat het buiten de wetenschap zou worden gebruikt – verklaarden Jodenhaters dat Joden een inferieur ras vormden op de revolutionaire schaal. Angezien het probleem in het fysieke, het genetische zat, kon het niet worden veranderd, assimilatie ten spijt. Tot deze nieuwe vorm van antisemitisme behoorde ook de idee dat Joden verantwoordelijk zouden zijn voor de problemen op deze wreld vanwege hun ras.
In Duitsland kwam deze wijze van denken tot uitdrukking in een politieke, nationalistische beweging die de völkische beweging heette. De vertegenwoordigers van deze groepering waren tegen de industrialisering en secularisatie die het gevolg waren van de modernisering, omdat zij ervan overtuigd waren dat industrialisering en secularisatie de traditionele Duitse cultuur zouden vernietigen. Zij beschuldigden de Joden ervan de traditionele Duitse leefwijze te ondermijnen en stelden dat de Duitse Joden niet werkelijk deel uitmaakten van het Duitse volk. Aan het eind van de negentiende eeuw kwamen er diverse antisemitische politieke partijen op in Duitsland, die nog verder groeiden in omvang nadat Duitsland de Eerste Wereldoorlog had verloren.
In Frankrijk stak het antisemitisme zijn kop op in de jaren 1890 tijdens de affaire Dreyfus, waarin een Joodse legerofficier door Jodenhaters valselijk werd beschuldigd van hoogverraad. In Rusland was het antisemitisme tijdens het tsaristische regime officieel regeringsbeleid. De bewegingsvrijheid van Joden was beperkt tot bepaalde gebiedenen, pogroms werden door de heersende klasse aangemoedigd. Pas na de februarirevolutie van 1917 kregen Joden gelijke rechten. Veel Joden namen deel aan de oktoberrevolutie, hetgeen antisemieten in heel Europa een nieuwe reden gaf om Joden te haten – aangezien Joden nu werden geassocieerd met de gehate communisten.
De NSDAP, die in 1919 werd opgericht en in 1933 nationale macht verkreeg in Duitsland, was een van de eerste politieke bewegingen die principieel was gebaseerd op racistisch antisemitisme. De nazi’s discrimineerden de Joden vanaf het allereerste begin van hun regime, eerst door rassenwetten in te stellen die de Joden afzonderden van de rest van de maatschappij, en later door mensen van het inferieure ras te vernietigen. In landen die samenwerkten met of waren bezet door de nazi’s hielpen lokale manifestaties van antisemitisme – of ze nu traditioneel, politiek of raciaal waren – het lot van de Joden bepalen. Zelfs in landen die tegen Hitler en de nazi’s waren, bestond tot op zeker hoogte antisemitisme, en sommige specialisten zijn ervan overtuigd dat deze antisemitische houding deze landen ervan weerhield meer te doen om de Joden uit de klauwen van de nazi’s te redden.
Na de Tweede Wereldoorlog, toen het Westen zich realiseerde wat er in Europa was gebeurd, zwakte het antisemitisme grotendeels af. Veel kerken gaven hun grote fout toe om het traditionele Christelijke antisemitisme te cultiveren (paus Johannes Paulus II noemde antisemitisme een zonde), en sommige regeringen stonden niet langer antisemitische handelwijzen toe. Slechts een paar jaar na de oorlog kreeg het antisemitisme echter een nieuwe impuls in de Sovjet- Unie toen Joseph Stalin paranoïde werd jegens de Joden die in het land woonden en hen begon te vervolgen.
Bovendien gingen antisemieten (vooral Moslims die tegen het bestaan van de staat Israël waren) in de loop der jaren hun Jodenhaat camoufleren als anti-zionisme. De Verenigde Naties bleken dergelijk antisemitisch sentiment zelfs goed te keuren door in 1975 een resolutie aan te nemen waarin stond dat zionisme racisme is. Deze resolutie werd ten slotte in 1994 verworpen. De ontkenning van de holocaust en het neo-nazisme zijn andere vormen die uitdrukking geven aan antisemitisme in de moderne wereld, aangezien ze proberen het nazisme vrij te pleiten van zijn misdaden of het nazisme en de Jodenhaat zoals die in het verleden bestonden verheerlijken.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.