Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Italië

Land in Zuid-Europa. In het begin van de twintigste eeuw waren de Joden geheel geïntegreerd in het Italiaanse leven en bestond er bijna geen Antisemitisme in het land. Benito Mussolini, de leider van de Italiaanse fascistische beweging, nam in oktober 1922 de macht over van de Italiaanse regering. Antisemitisme maakte geen deel uit van het politieke platform van Mussolini; desondanks maakte de Joodse gemeenschap zich zorgen over het nieuwe regime. Mussolini kwam spoedig met de verzekering dat de fascisten niet antisemitisch waren en niet de bedoeling hadden de Joden in het land kwaad te doen. De tien volgende jaren onderhielden Mussolini en de Joden redelijke betrekkingen. In feite sloten vele Joden zich zelfs aan bij de Fascistische Partij door het nationale programma van Mussolini te steunen. Toen in 1933 in Duitsland de nazi’s aan de macht kwamen, poogde Mussolini verschillende jaren zijn betrekkingen met het westen in balans te brengen met zijn steun voor Adolf Hitler. Maar in 1936 nam Italië afstand van de westelijke mogendheden en bewoog zich meer in de richting van Duitsland: dat jaar sloot Italië zich tijdens de Spaanse Burgeroorlog bij Duitsland aan en spoedig daarna gebruikte Mussolini voor het eerst de term ‘Rome-Berlijn As’ om de alliantie tussen de beide landen aan te duiden. Die herfst bracht Mussolini een antisemitische perscampagne op gang om Hitler tevreden te stellen. In september 1938 sloot de Italiaanse regering zich bij de As aan door een racistische anti-joodse wetgeving uit te vaardigen, gelijk aan de Neurenberger Wetten van Duitsland. Buitenlandse Joden die in Italië woonden moesten het land verlaten. In Juni 1940 nam Italië officieel deel aan de oorlog . Mussolini voelde zich toen verplicht de anti-Joodse maatregelen in zijn land uit te breiden. Vele buitenlandse Joden die het land in 1938 niet hadden verlaten, werden in de gevangenis geworpen. Begin september had het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken de oprichting bevolen van 43 kampen waar vijandige vreemdelingen (onder wie buitenlandse Joden) en Italiaanse tegenstanders van de fascistische regering moesten worden vastgehouden. Deze kampen, die zeker niet gerieflijk waren, stonden in geen verhouding tot de concentratiekampen van de nazi’s. In Italië mochten gezinnen bij elkaar blijven, er werden scholen gesticht voor de kinderen en er waren sociale en culturele activiteiten voor allen. Mussolini was geheel afhankelijk van Hitler, zowel economisch als militair, dus hij kon het zich niet veroorloven zijn programma van anti-Joodse vervolgingen binnen Italië zelf stil te zetten (hoewel Mussolini nooit akkoord is gegaan met het deporteren van de Joden uit zijn land naar vernietigingskampen). De Italianen gaven echter blijk van hun onafhankelijkheid door Joden die buiten Italië verbleven in door Italië bezette gebieden, zoals Frankrijk, Joegoslavië en Griekenland te helpen. In 1942, toen Duitsland ernst begon te maken met het deporteren van Joden naar het oosten, begon de Italiaanse militaire macht een serieuze reddingsoperatie in alle gebieden onder Italiaans beheer. De Italiaanse autoriteiten wisten ongeveer 40.000 niet-Italiaanse Joden te redden. Begin september besloten de Italianen zich terug te trekken uit de oorlog en vrede te sluiten met de geallieerden. Mussolini werd afgezet en de geallieerden zetten de bevrijding van Italië in, te beginnen in het zuiden van het land. Toen kwam Duitsland tussenbeide en bezette alle delen van Italië die nog niet door de geallieerden waren veroverd, opnieuw. Er werd een regering geïnstalleerd met Mussolini als marionettenleider, terwijl de echte macht in Duitse handen was. Dat was het begin van de holocaust voor de Italiaanse Joden. Van half september 1943 tot het eind van de oorlog in april 1945 werden de Italiaanse Joden door de Duitsers opgejaagd; meer dan 20 procent van de Joodse bevolking van het land werd gevangengezet in gevangenissen en concentratiekampen. Van september 1943 tot 1944 werden 3.110 Joden gedeporteerd naar Auschwitz. Gedurende de rest van 1944 werden nog eens 4.056 Joden gedeporteerd naar het oosten. Nog 4.500 Italiaanse Joden die in gebieden woonden die vroeger onder Italiaans beheer stonden, werden eveneens gedeporteerd. In Italië zelf werden bovendien 173 Joden vermoord. In totaal kwam zo’n 15 procent van de Joden van Italië om in de holocaust. Het grootste deel van de Joodse bevolking van het land overleefde, geholpen door zowel de Italiaanse burgers als het Italiaanse leger.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.