Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Hitler, Adolf (1889-1945)

Dictator (Führer) van het Derde Duitse Rijk. Hitler werd geboren in Braunau, Oostenrijk, in een gezin van kleine landeigenaren. Zijn vader was douaneambtenaar. Hitler ging van 1900-1905 naar de middelbare school in de Oostenrijkse stad Linz; hiermee werd zijn formele opleiding afgesloten. Zijn vader stierf in 1903. In 1907 probeerde Hitler toe te treden tot de Weense Academie voor de Schilderkunst, maar hij slaagde niet voor het toelatingsexamen. In hetzelfde jaar stierf zijn moeder aan borstkanker; haar arts was een Jood. In 1908 verhuisde Hitler naar Wenen. Hij kon zich redden met de wezenuitkering die hij van de regering kreeg en door de verkoop van ansichtkaarten die hij schilderde. In die tijd was het antisemitisme een algemene heersende beweging in Wenen. De burgemeester van de stad, Lüger, was een fanatieke antisemiet en Hitler stond achter diens ideologie. Later verklaarde Hitler dat de periode die hij in Wenen had doorgebracht bijzonder invloedrijk was geweest voor het vormen van zijn inzichten en ideeën.
In 1913 verhuisde Hitler naar München. Toen in het volgende jaar de Eerste Wereldoorlog uitbrak, nam hij dienst in het Beierse leger. Hij trad op als koerier in België en Frankrijk en was een goede soldaat. Hij werd gepromoveerd tot korporaal en onderscheiden voor zijn moed.
Na de oorlog keerde Hitler zeer verbitterd over de nederlaag van Duitsland terug naar München. Hij dacht dat de Joden verantwoordelijk waren voor de nederlaag. Daarop schreef hij zijn eerste politieke geschrift, waarin hij beweerde dat het einddoel van het antisemitisme de totale uitbanning van de Joden moest zijn. Hij sloot zich al spoedig aan bij de kleine antisemitische Duitse Arbeiderspartij, die in 1920 zijn naam veranderde in Nationaal Socialistische Duitse Arbeiderspartij, NSDAP. Het partijprogramma eiste dat alle Duitse Joden de burgerrechten werden ontnomen en velen van hen het land werden uitgezet. De mensen gingen Hitler beschouwen als een buitengewone en charismatische redenaar. In 1921 werd hij de machtige voorzitter van zijn partij en er ontstond een persoonlijkheidscultus die hem beschreef als de grootste van alle Duitsers met een onfeilbaar beoordelingsvermogen. In 1923 had de NSDAP 56.000 leden en een privé-leger van 15.000 Storm Troepers (de Sturmabteilung, SA)
In november 1923 deed Hitler een poging de Beierse regering in München omver te werpen door een gewapende opstand, die bekend kwam te staan als de Bierhalle Putsch. De poging mislukte en Hitler werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Hij werd echter na negen maanden weer vrijgelaten. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis had hij het eerste deel van zijn beruchte boek, Mein Kampf, geschreven. In 1925 herinstalleerde Hitler de NSDAP. Het ledental bleef groeien, vooral in de eerste jaren toen de Duitsers zwaar getroffen werden door de Grote Depressie en ze een zondebok nodig hadden om de schuld te geven van hun moeilijkheden. Hitler en zijn partij werden beschouwd als dynamisch en vitaal. Bij de landelijke verkiezingen van 1932 behaalde de NSDAP 230 zetels van de in totaal 599, wat neer kwam op 37,3 procent van het aantal stemmen – hetgeen de partij tot de grootste van het Duitse parlement maakte. Op 30 januari 1933 werd Hitler ten gevolge van achterkamertjespolitiek, tot kanselier van Duitsland benoemd. Ondanks het feit dat zijn partij niet de absolute meerderheid in de regering had, slaagde Hitler erin steeds meer macht naar zich toe trekken. Op 27 februari was Hitler – met Göring - het grote brein achter de brand in de Rijksdag – en gebruikte die als excuus om zijn politieke tegenstanders in de regering te elimineren. Binnen een week bekrachtigde Hitler een wet die de Duitse democratie ophief en hem uiteindelijk de absolute macht gaf. Toen de Duitse president Paul vond Hindenburg op 2 augustus 1934 overleed, nam Hitler ook die positie over.
Hitler streefde ernaar vanuit zijn racistische visie op de wereld Duitsland nieuw leven in te blazen. Daartoe waren zijn belangrijkste doelen het leger op te bouwen en anti-Joodse maatregelen tot wet te verheffen. Op 1 april 1933 werd een anti-Joodse boycot uitgevaardigd in heel Duitsland en op 7 april werd een wet aangenomen die het wettig maakte Joden uit hun ambtelijke banen te ontslaan. In september 1935 werden de racistische Neurenberger Wetten aangenomen en vanaf die tijd voerden de nazi’s een serie anti-Joodse maatregelen in die de Joden uitsloten van alle facetten van het Duitse leven. Inmiddels waren de nazi’s ook begonnen met het oprichten van concentratiekampen, waarin hun politieke en ideologische tegenstanders gevangen werden gezet.
In maart 1938 annexeerde Hitler Oostenrijk. Hierdoor kwamen er nog eens 200.000 Joden binnen Hitler’s grondgebied. Later in dat jaar kreeg hij het Sudentenlandgebied van Tsjecho-Slowakije als gevolg van de conferentie van München en in maart 1939 nam hij de rest van de Tsjechische gebieden in en installeerde een marionettenregime in Slowakije. Op 1 september van hetzelfde jaar viel het leger van Hitler Polen binnen, wat het begin betekende van de Tweede Wereldoorlog en de start van een verbazingwekkende serie militaire overwinningen, die Hitler’s uitstraling aanzienlijk versterkten. De Duitsers begonnen direct met de verolging van de Poolse Joden. In het voorjaar van 1940 veroverden de legers van Hitler het grootste deel van West-Europa tijdens een bliksemcampagne, het volgende voorjaar gevolgd door de verovering van de Balkanlanden. De systematische massavernietiging van de Joden, eufemistisch ook bekend als de Endlösung, begon in juni 1941 nadat Duitsland zijn vroegere bondgenoot, de Sovjet-Unie, was aangevallen en grote delen van het gebied begon te veroveren.
Hitler beschouwde de Joden als zijn ideologische vijanden en een gevaar voor het arische ras, Duitsland en de wereld als geheel. Hij zag hen ook als de belangrijkste aanhangers van democratie, liberalisme en socialisme – ideologische opvattingen die in directe tegenstelling stonden tot zijn ideeën. Dus concentreerde Hitler zich als Führer (leider) van Duitsland op de vernietiging van de Joden en het vestigen van de Duitse overheersing in Europa, en later van de hele wereld, gebaseerd op de racistische principes van de nazi’s.
De eerste massamoorden op Joden in de Sovjet-Unie werden begaan door Einsatzgruppen, gewonen legeronderdelen, verschillende politieonderdelen en plaatselijke collaborateurs. Al spoedig besloot Hitler de massamoord op Joden uit te breiden over heel Europa. Onder zijn regime werden vernietigingskampen geïnstalleerd, waar miljoenen Joden de dood vonden. Tegen het einde van 1942 begon Hitler’s geluk te keren. Het Sovjetleger won veldslagen tegen de Duitsers aan het oostfront (Stalingrad) en in 1943 en 1944 brachten de westerse geallieerden, versterkt door de Verenigde Staten die vanaf december 1941 ook deelnamen aan de oorlog , de Duitsers zware slagen toe aan het zuidelijk en westelijk front. Hij gaf anderen de schuld van zijn falen en op 20 juli 1944 deden enigen van zijn generaals een poging hem te vermoorden, maar zonder succes. Terwijl Duitsland steeds meer slagen verloor en de militaire nederlaag onafwendbaar leek, ging Hitler door met de Endlösung. Op 2 april 1945 kon Hitler zich erop beroemen het Europese Jodendom te hebben uitgeroeid. Maar nog geen maand later, op 30 april 1945, pleegde hij zelfmoord in zijn Berlijnse bunker, samen met zijn maîtresse Eva Braun, met wie hij een paar dagen eerder was gehuwd. In de geschiedenis zal hij echter voortleven als de man die de vreselijkste misdaden in het verleden op zijn geweten heeft.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.