Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Gaskamers

Methode van massamoord die door de nazi’s werd toegepast.
De nazi’s begonnen in december 1939 met het gebruik van gas voor de massamoorden, toen een SS-Sonderkommando-team koolmonoxide gebruikte om Poolse geestelijke gestoorde patiënten om te brengen. Een maand later besloot het hoofd van het euthanasie-programma dit koolmonoxide te gebruiken voor het doden van gehandicapten, chronisch zieken, oude mensen en anderen voor wie hij verantwoordelijk was. In augustus 1941 waren er al zo’n 70.000 Duitsers uit vijf euthanasiecentra, die waren uitgerust in vaste gaskamers of mobiele gasvrachtwagens, gedood.
In de zomer van 1941 begonnen de Duitsers met het vermoorden van Joden op een systematische en massale wijze. Na enige maanden zagen zij in dat ‘gewoon’ doodschieten niet snel en niet efficiënt genoeg was om van de miljoenen Joden die zij wilden vermoorden, af te komen. Daarom werd op basis van de ervaring, opgedaan met het euthanasieprogramma, voor het vernietigen van de Europese Joden overgegaan op het gebruik van gas.
In december 1941 introduceerde de SS in het vernietigingskamp Chelmno ook het gebruik op grote schaal van gasvrachtwagens. Deze werkten door uitlaatgassen via een speciale buis in de vrachtruimte van de wagen te blazen. Per keer werden veertig tot vijftig slachtoffers in de wagen geduwd en na enige minuten waren ze gestikt. Maar met de miljoenen Joden die op het programma stonden vermoord te worden, bleek deze aanpak onvoldoende. Dus toen zij in 1942 drie vernietigingskampen bouwden als onderdeel van de Aktion Reinhard - het plan om alle Joden in het Gouvernement-General te doden – installeerden ze grote vaste gaskamers.
Belzec, dat in maart in gebruik werd genomen, had drie gaskamers, ondergebracht in een houten barak. Sobibor, waar de gasmoorden in april 1942 begonnen, had een stenen gebouw waarin zich de gaskamers bevonden. Treblinka, dat in juli werd gevestigd, had drie gaskamers, die hermetisch konden worden afgesloten. In alle drie de kampen werden honderdduizenden Joden vermoord met uitlaatgassen van dieselmotoren. In de zomer en de herfst van 1942 maakten de nazi’s de bestaande gaskamers groter en plaatsten er nieuwe bij. Als de transporten aankwamen werd een aantal slachtoffers uitgekozen die aan de Sonderkommando’s werden toegevoegd en vaklieden werden uitgekozen om in de reparatiewerkplaatsen, die dienstdeden voor de staf van het kamp, te werken. De andere slachtoffers moesten in een rij gaan staan, waar zij hun bezittingen moesten afstaan, zich uit moesten kleden en waar hun haar werd afgeschoren. Vervolgens werden zij, met de armen omhoog om zo veel mogelijk mensen binnen te krijgen, in de gaskamers geduwd. Baby’s en kleine kinderen werden bovenop de compacte massa mensen gegooid. Als de slachtoffers dood waren moesten de mannen van het Sonderkommando de lijken uit de gaskamers halen en ze begraven.
De nazi’s bleven zoeken naar een nog eficiëntere methode voor de massamoord. Na enige experimenten die op Sovjetkrijgsgevangenen werden uitgevoerd, ontdekten de nazi’s het commerciële verdelgingsmiddel zyklon B, dat geschikt was voor hun doel. Zyklon B, een soort waterstofcyanide, werd voor het eerst gebruikt in het vernietigingscentrum Auschwitz. In vier jaar werden daar meer dan een miljoen mensen vergast. De nazi’s waren evenwel nooit tevreden over de snelheid van de vernietiging. In de zomer van 1942 werden plannen gemaakt om nieuwere, efficiëntere gaskamers te bouwen alsmede crematoria, waarin de lijken verbrand konden worden. Dit project werd in het voorjaar van 1943 onder de leiding van JA Topf und Söhne gecompleteerd en maakte Auschwitz tot het grootste vernietigingscentrum van de nazi’s.
Andere kampen van de nazi’s hadden ook gaskamers, maar deze werden niet altijd voor massavernietiging gebruikt. Er waren gaskamers in Mauthausen, Neuengamme, Sachsenhausen, Stutthoff en Ravensbrück. En in alle werd gebruik gemaakt van zyklon B.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.