Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Dodenmarsen (in het Duits, Todesmärsche)

De gedwongen marsen van gevangenen over lange afstanden onder ondraaglijke omstandigheden, tijdens welke de gevangenen door de bewakers werden mishandeld en in veel gevallen gedood. De nazi’s hielden veel dodenmarsen tijdens de holocaust, de meeste tegen het einde van de oorlog na de evacuatie van concentratiekampen. De uitdrukking dodenmars werd oorpronkelijk gebruikt door de gevangenen in concentratiekampen van de nazi’s en werd later overgenomen door holocaust historici.
De eerste dodenmars op grote schaal vond plaats in de zomer van 1941, na de Duitse invasie van de Sovjet-Unie. Honderdduizenden Sovjetkrijgsgevangenen werden gedwongen over de oneindige wegen van de Oekraïne en Wit-Rusland van kamp naar kamp te lopen. Onderweg en op tevoren gearrangeerde executieplaatsen werden duizenden gevangenen gedood. Ongeveer in diezelfde tijd lieten Roemenen (die toen nog bondgenoten van Duitsland waren) Joden van Bessarabië en Boekovina naar Transistrië marcheren. Duizenden werden onderweg door de Roemeense en Duitse bewakers neergeschoten.
De meeste dodenmarsen hadden plaats tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog. In de zomer van 1944 toen de geallieerden in het westen oprukten en de sovjettroepen in het oosten, begonnen de nazi’s ernst te maken met de ontruiming van de kampen. De eerste kampen die werden leeggehaald waren die in Oost- en Centraal- Polen en in de Baltische staten.
In de herfst van dat jaar besloten nazi-leiders de deportaties van de Joden van Boedapest naar vernietigingskampen op te voeren. Op 8 november 1944 begon een dodenmars vanaf Boedapest: 76.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen werden gedwongen, begeleid door Hongaarse bewakers, naar de Oostenrijkse grens te lopen. De mars duurde een maand, waarin duizenden stierven door ondervoeding, ziekte, uitputting en koude. Nog eens duizenden werden onderweg doodgeschoten. Enige honderden werden gered door neutrale diplomaten als Raoul Wallenberg uit Zweden, die Joden uit de voortmarcherende rijen trok en onder zijn hoede nam. Hij bracht hen terug naar Boedapest. De meesten waren echter niet zo gelukkig – de gevangenen die de Oostenrijkse grens bereikten werden overgedragen aan Duitse soldaten, die hen naar verschillende concentratiekampen brachten als Dachau en Mauthausen en hen dwongen versterkingen te bouwen.
In de winter van van 1944-1945 wisten de Duitsers dat zij de oorlog zo goed als verloren hadden. Dit gaf hun aanleiding de Poolse concentratiekampen te ontruimen en de gevangenen op dodenmarsen naar Duitsland te sturen. De Joden zelf leefden in de voortdurende angst in de laatste periode van de oorlog te worden vermoord, want zij waren niet meer nodig voor het werk.
De evacuatie van Auschwitz en de sattelietkampen begon op 18 januari 1945 toen ongeveer 60.000 meest Joodse gevangenen op een dodenmars naar Wodzislaw (Loslau in het Duits) werden gestuurd. Daar werden zij in goederenwagons gestouwd en naar andere concentratiekampen verder naar het westen gestuurd, naar kampen als Gross-Rosen, Buchenwald, Dachau en Mauthausen. Minstens 15.000 mensen stierven of werden gedood op die dodenmars. Drie dagen later, op 21 januari, werden 4.000 gevangenen, meest Joden, weggestuurd uit kamp Blechhammer. In de loop van die maand begonnen de Duitsers ook met het leegmaken van het Stutthof-kampencomplex waar in die tijd 47.000 gevangenen zaten, meer dan 35.000 van hen Joden, voor het merendeel vrouwen. Zo’n 7.000 Joden – 6.000 vrouwen en 1.000 mannen – werden op een dodenmars van 10 dagen gestuurd. Zevenhonderd van hen werden onderweg vermoord. Zij die de mars overleefden kwamen op 31 januari bij de Baltische Zee aan. Dezelfde dag duwden de nazi’s de overgebleven gevangenen de zee in en schoten hen neer – slechts dertien overleefden de slachting. De evacuatie van het hoofdkamp Gross-Rosen en de subkampen begon in februari 1945. In totaal werden 40.000 gevangenen afgemarcheerd en onderweg werden duizenden van hen vermoord. Eveneens in februari werden 20.000 Joodse gevangenen die in de dwangarbeiderskampen in het Eulengebirge werkten net voor de evacuatie vermoord of tijdens de dodenmars, weg van de kampen, om het leven gebracht. In de maanden maart en april, toen het eind van de oorlog in zicht was, evacueerden de nazi’s het ene kamp na het andere en stuurden minstens 250.000 van hun 700.000 gevangenen in de concentratiekampen op dodenmarsen.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.