Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Krakow

Stad in Zuid-Polen. Net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog woonden er 60.000 Joden in Krakow op een totaal inwoneraantal van 25.000. In de eerste dagen van de oorlog ontvluchtten duizenden Joden de stad.
Op 6 september bezetten Duitse troepen Krakow en begonnen onmiddelijk met de vervolging van de Joden. Eind oktober maakten de nazi’s Krakow tot de hoofdstad van het Gouvernement-General; hierdoor werd de vervolging van de Joden nog heviger. Al spoedig werd er een Joods comité gevormd: dit werd op 28 november een Judenrat. Begin december voerden de Duitsers een terreuractie uit waarbij verscheidene synagogen in brand werden gestoken en veel Joodse eigendommen in beslag werden genomen.
In mei 1940 begonnen de Duitsers met het uitwijzen van de Joden uit Krakow en stuurden hen naar steden in de omgeving. Hun bedoeling was de hoofdstad van Gouvernement-Generaal vrij van Joden te maken. In maart 1941 waren al zo’n 40.000 Joden uit hun huizen verdreven en waren slechts 11.000 in de stad overgebleven. Bij de uitwijzing werd de Joden alles afgenomen. Dezelfde maand zetten de Duitse autoriteiten een getto op in het zuidelijke deel van Krakow. Op 20 maart werd het getto afgesloten met een muur en prikkeldraad. De overgebleven Joden van Krakow en vele anderen uit gemeenschappen in de buurt werden in het getto samengedreven. Tegen het einde van 1941 zaten ongeveer 18.000 Joden in het getto gevangen. Het getto was zwaar overbevolkt en de sanitaire voorzieningen waren bijzonder slecht. Bovendien vestigden Duitsers fabrieken in het getto, zodat zij gebruik konden maken van goedkope Joodse mankracht.
Binnen het getto werden verschilllende Joodse organisaties opgericht om de vreselijke omstandigheden te verbeteren. Goed werk werd verricht door de Joodse Zelfhulp Organisatie en de Federatie van Verenigingen voor de Wezenzorg.
Op 19 maart 1942 voerden de Duitsers een terreuractie uit tegen de intellectuelen in het getto. Bij deze Intelligenz Aktion werden 50 bekende Joden gedeporteerd naar Auschwitz en daar vermoord. Eind mei begonnen de Duitsers met het deporteren van de rest van de bevolking van het getto naar vernietigingskampen. De Aktion begon op 28 mei en werd uitgevoerd door de Gestapo, de gewone politie en onderdelen van het leger. Tijdens de operatie, die duurde tot 8 juni, werden 300 Joden ter plaatse gedood en 6.000 gedeporteerd naar Belzec. Onder hen was de voorzitter van de Judenrat, Arthur Rosenzweig, die geweigerd had met de Duitsers samen te werken en daarom werd gestraft.
Na de Aktion werd de Judenrat opgeheven en werd er een Kommissariat geïnstalleerd. Het getto werd tot de helft ingekrompen, hoewel er nog steeds 12.000 Joden woonden, nadat het Komissariat had geweigerd medewerking aan de Duitsers te verlenen, begon een tweede Aktion, waarin 7.000 Joden naar Belzec en Auschwitz werden gedeporteerd en 700 ter plaatse werden doodgeschoten. Na deze Aktion werd de ruimte van het getto nog verder beperkt en verdeelden de Duitsers het overgebleven deel in tweeën, een deel voor de Joden die werkten, het andere deel voor de rest van de gevangenen.
In maart 1943 brachten de Duitsers 2.000 werkende Joden over naar het kamp Plaszow en begonnen vervolgens met de opheffing van de rest van het getto, waarbij zij 700 Joden ter plaatse vermoordden en 2.300 naar Auschwitz deporteerden. Slechts enige honderden Joden die naar Plaszow waren gestuurd, overleefden de oorlog.
Zolang het getto van Krakow bestond waren verschillende verzetsorganisaties daar actief. In oktober 1942 werden verschillende groepen verenigd in een ondergrondse organisatie, de Joodse Strijd Organisatie. De leiders van de organisaties besloten geen opstand te organiseren binnen het getto, waar de ruimte beperkt was, maar deze te verplaatsen naar de Poolse kant van Krakow. Zij slaagden erin tien operaties buiten het getto uit te voeren, waarvan de aanval op een café in het centrum van de stad, waarbij elf Duitsers werden gedood en 13 gewond, de meeste indruk maakte. Eind 1943 werden twee ondergrondse leiders, Sjimsjon en Tova Draenger, gepakt in het appartement van een man die Joden naar Hongarije smokkelde. Zij werden blijkbaar door de Duitsers geëxecuteerd en na hun verdwijning werd de ondergrondse ontbonden.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.