Friends  |  Press Room  |  Contact Us

The International School for Holocaust Studies

Beknopte encyclopedie van de Holocaust

Auschwitz

Auschwitz (in het Pools: Oswiecim). Grootste concentratiekamp en vernietigingskamp van de nazi’s, gelegen bij de Poolse stad Oswiecim, 60 kilometer ten westen van Krakau. Een zesde van alle Joden die door de nazi’s zijn vermoord werd vergast in Auschwitz. In april 1940 beval SS-chef Heinrich Himmler de bouw van een nieuw concentratiekamp in Oswiecim, een stad die was gelegen in het deel van Polen dat door de Duitsers aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was geannexeerd. De eerste Poolse politieke gevangenen kwamen in juni 1940 in Auschwitz aan. In maart 1941 waren er 10.900 gevangenen, nog steeds voor het merendeel Polen. Auschwitz raakte snel bekend als het meest wrede concentratiekamp van de nazi’s. In maart 1941 beval Himmler de bouw van een tweede, veel grotere afdeling van het kamp, op drie kilometer van het oorspronkelijke kamp. Deze plek moest gebruikt gaan worden als een vernietigingskamp. Het kreeg de naam Birkenau, of Auschwitz II. Uiteindelijk zaten de meeste gevangenen van het Auschwitz-complex in Birkenau, onder wie Joden, Polen, Duitsers en Zigeuners. Het kende ook de slechtste, meest onmenselijke omstandigheden – en er bevonden zich de gaskamers en crematoria van het complex.
Een derde afdeling, Auschwitz III, werd gebouwd in het nabijgelegen Monowitz, en bestond uit een kamp voor dwangarbeid, Buna-Monowitz geheten, en 45 subkampen waarin dwangarbeiders werden ondergebracht. De naam Buna was ontleend aan de Buna synthetische-rubberfabriek die op het terrein was gelegen en die het eigendom was van I.G. Farben, Duitslands grootste chemische concern. De voornamelijk Joodse gevangenen die in de fabriek en andere fabrieken die Duits eigendom waren werkten, werden tot totale uitputting gedreven om vervolgens door nieuwe werkkrachten te worden vervangen.

Auschwitz werd eerst geleid door kampcommandant Rudolf Höss, en werd bewaakt door een wreed regiment van doodshoofdtroepen van de SS. De staf werd bijgestaan door verscheidene bevoorrechte gevangenen die beter voedsel kregen, onder betere omstandigheden leefden en de mogelijkheid hadden te overleven als ze ermee instemden het wrede kampregime uit te voeren.
Auschwitz I en II waren afgezet met vier meter hoge hekken van prikkeldraad dat onder stroom stond, die werden bewaakt door SS-ers met mitrailleurs en geweren. De twee kampen werden verder ingesloten door een serie wachtposten op ongeveer een kilometer van de hekken.
Vanaf maart 1942 arriveerden er dagelijks treinen met Joden. Soms kwamen er meerdere treinen op een dag aan, die alle duizend of meer slachtoffers uit de Oost-Europese getto’s vervoerden, evenals uit West- en Zuid-Europese landen. Gedurende 1942 arriveerden er transporten uit Polen, Slowakije, Nederland, België, Joegoslavië en Theresienstadt. Ook in 1943 bleef men Joden en ook Zigeuners aanvoeren. In 1944 werden er Hongaarse Joden naar Auschwitz gebracht om te worden vermoord, evenals Joden uit de laatste Poolse getto’s.
In augustus 1944 zaten er 105.168 gevangenen in Auschwitz. Nog eens 50.000 Joodse gevangenen zaten in de satellietkampen van Auschwitz. De bevolking van het kamp groeide voortdurend, ondanks het hoge sterftecijfer ten gevolge van de vernietigingen, honger, het harde werken en infectieziekten.
Wanneer er Joden op het perron in Birkenau aankwamen, werden ze zonder hun bezittingen uit de wagons gegooid en gedwongen twee rijen te vormen, mannen en vrouwen gescheiden. SS-officieren, onder wie de beruchte arts Josef Mengele, voerden onderwijl selecties uit, waarbij de meeste slachtoffers naar één kant werden gedreven, voortbestemd om in de gaskamers te sterven. Een minderheid werd geselecteerd voor dwangarbeid. Degenen die waren voorbestemd te sterven werden diezelfde dag nog omgebracht en hun lichamen werden in de crematoria verbrand. Degenen die niet naar de gaskamers werden gestuurd werden in quarantaine geplaatst, waar hun haar werd afgeschoren, ze gestreepte gevangenispakken kregen en als gevangenen werden geregistreerd. Hun registratienummers werden op hun linkerarm getatoeëerd. De meeste gevangenen werden vervolgens uitgestuurd om dwangarbeid te verrichten in Auschwitz I, III, subkampen of andere concentratiekampen, waar hun levensverwachtingn niet meer dan een paar maanden was. Gevangen die in quarantaine bleven hadden een levensverwachting van enkele weken.
De routine in het gevangennenkamp bestond uit vele plichten die moesten worden vervuld. Het dagelijkse schema bestond uit opstaan bij dageraad, het opruimen van de slaapplaats, ochtendappèl, de reis naar het werk, vele uren hard werken, het in de rij staan voor een armzalig maal, de terugtocht naar het kamp, inspectie van de barakken en het avondappèl. Tijdens het appèl moesten de gevangenen urenlang volledig bewegingloos en in stilte staan, in hun dunne kleren, wat voor weer het ook was. Wie viel of zelfs maar wankelde, werd gedood. Iedere gevangene moest op zijn eigen manier al zijn energie richten op het doorstaan van de dagelijkse martelingen.
De gaskamers in het Auschwitz-complex vormden de grootste en efficiëntste vernietigingsmethode van de nazi’s. In Birkenau waren vier kamers in gebruik, in elk waarvan dagelijks 6.000 mensen konden worden omgebracht. Ze waren zo gebouwd dat ze eruit zagen als doucheruimten, om de slachtoffers te misleiden: degenen die nieuw aankwamen in Bikenau werd verteld dat ze zouden moeten gaan werken, maar dat ze eerst moesten douchen en zouden worden gedesinfecteerd. Vervolgens werden ze naar de douche-achtige ruimten gebracht, waar ze snel werden vergast met het zeer giftige gas Zyklon B.
Sommige gevangenen Auschwitz, onder wie tweelingen en dwergen, werden gebruikt voor op martelingen lijkenden medische experimenten. Ze werden getest op uithoudingsvermogen onder afschuwelijke omstandigheden zoals hitte en kou, of ze werden gesteriliseerd.
Ondanks de vreselijke omstandigheden waren er gevangenen in Auschwitz die erin slaagden de nazi’s te weerstaan, zoals in enkele gevallen van ontsnapping of gewapend verzet. In oktober 1944 slaagden leden van het sonderkommando, die in de crematoria werkten, erin een aantal SS-ers te doden en één gaskamer te vernietigen. Alle rebellen stierven. Zij lieten dagboeken na die authentieke documentatie vormen van de gruweldaden die in Auschwitz zijn begaan.
In januari 1945 naderden de Russische troepen Auschwitz. De nazi’s die zich zo snel mogelijk wilden terrugtrekken, stuurden de meeste van de 58.000 overgebleven gevangenen op een dodenmars. De meeste gevangenen werden op weg naar Duitsland vermoord. Het Russische leger bevrijdde Auschwitz op 27 januari; de soldaten vonden nog slechts 7.650 gevangenen die nauwelijks leefden in het gehele kampcomplex. In totaal waren daar ongeveer één miljoen Joden vermoord.

Met dank aan Yannick Servais voor zijn inzet en bijdrage aan het tot standkomen van deze beknopte encyclopedie.
Encyclopedia of the Holocaust, In Association with Yad Vashem, The Holocaust Martyrs' and Heroes' Remembrance Authority, Dr. Robert Rozett and Dr. Shmuel Spector, Editors, Yad Vashem and Facts On File, Inc., Jerusalem Publishing House Ltd, 2000.